School
Het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart (KOF), opgericht in 1921, was tot aan de fusie met de Stichting tot bevordering van het Leerlingwezen Haven- en vervoerbedrijf (SLHV) en de Stichting Leerlingstelsel Wegvervoer (SLW)vrijwel het enige instituut in Nederland wat zich bezig hield met onderwijs voor de Rijn- en Binnenvaart. De dagnijverheidsschool "Koningin Wilhelmina" van het Onderwijs voor de Scheepvaart is een schoolschip waarop de eerste Dagnijverheidsschool voor schippersjongens "Oranje Nassau" wordt gevestigd. Haar ligplaats is nabij de Willemsluizen te Amsterdam Noord. De minister van onderwijs, kunsten en wetenschappen prof. Dr. R.. Slotemaker de Bruïne stelt het opleidingsschip op 2 september 1938 officieel in dienst. In de beginjaren `60 moest in verband met de bouw van de IJ-tunnel de "Koningin Wilhelmina" verhuizen en verkreeg een ligplaats aan de Grasweg eveneens in Amsterdam Noord. Uiteindelijk werd de capaciteit te klein en in 1967 stelde de gemeente Amsterdam grond ter beschikking aan de Sloterplas in Osdorp, waar een nieuwe school met internaat werd gebouwd. In dat jaar wordt begonnen met de bouw van een nieuwe school. Na het slaan van de eerste paal, verrees spoedig de nieuwe school en kon worden verhuisd van de "Koningin Wilhelmina" uit Amsterdam Noord, naar de nieuwe locatie in Osdorp Onder druk van veranderende wetgeving (eisen met betrekking tot schoolomvang en leerlingaantal) fuseerden de scholen voor Rijn- en Binnenvaart van Amsterdam en Harlingen in 1995 samen met nog vier scholen voor voortgezet onderwijs in de regio Haarlem/Velsen en IJmuiden tot het Noordzee College. In juni 1997 werd de school aan de Sloterplas gesloten en overgeplaatst naar de Technische School Velsen aan de Briniostraat.
 
Schepen
De binnenvaartscholen moesten het in de beginperiode nog zonder schepen doen. In 1918 werd het 2-mast zeiljacht "Lichtstraal" ter beschikking gesteld van de onderwijscommissie. Met dit schip werd een eerste proefentocht met 12 binnenschippers gemaakt op de Zuiderzee. Naast het varen met leerlingen was men van mening dat het schip ook ingezet diende te worden voor tochten met onderwijzend personeel van de over het land verspreid liggende scholen. Daar de "Lichtstraal" onvoldoende voor deze inzet hiervoor was uitgerust en werd er uitgezien naar een ander en beter uitgerust schip. In 1925 werd de 2-master "Prins Hendrik" in gebruik genomen. De eerste jaren deed het schip uitsluitend dienst als oefenschip voor de binnenvaart maar werd later ook geschikt gemaakt voor de praktische opleiding van grote vaartleerlingen. Na het in de vaart komen van de Prins Hendrik bleek al spoedig dat er behoefte was voor nog een opleidingsschip. In 1930 werd besloten om een nieuw schip te laten bouwen. Besloten werd om een schip te laten bouwen dat geschikt was voor de zowel de binnenwateren als ook voor het IJsselmeer, Waddenzee en Zeeuwse stromen. In 1931 werd het schip “Prinses Juliana” gedoopt en te water gelaten. Het nieuwe instructieschip, voorzien van een destijds modern kruiserhek werd getuigd als 2-mast gaffelschoener en uitgerust met een uiterst modern Oertz-patentroer. Als gevolg van een toenemend aantal leerlingen op de dagnijverheidsscholen van het KOF werd de vaartijd die leerlingen op een opleidingsschip verbleven te gering. In 1960 werd de “Prinses Beatrix” te water gelaten. Na de indienststelling van de “Prinses Beatrix kwam het KOF opnieuw in de problemen ten aanzien van de jaarcapaciteit. het duurde dan ook niet lang om samen met het Ministerie van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen tot zaken te komen. Er kwam toestemming voor het bouwen van nog twee instructievaartuigen van hetzelfde type als de “Prinses Beatrix. De doop vind plaats op 9 oktober 1962 en de tewaterlating op 11 oktober 1962. Dit schip krijgt de naam “Prinses Irene”. Vrijwel gelijktijdig met de “Prinses Irene” werd een derde schip gebouwd. De doop en tewaterlating vond plaats op 8 april 1963. Het schip kreeg tijdens de doop de naam “Prinses Christina”. Op 7 juni 1963 wordt het schip aan het KOF overgedragen. Na vele jaren trouwe dienst worden de 3 instructieschepen verkocht en begonnen met de bouw van een nieuwe koppelverband. Het schip bestaat uit een 56 meter lang passagiersschip, de ms Prinses Máxima en een 30 meter lange tankduwbak, de Prinses Amalia. 
|